Kerstverhaal
Mijn kerstverhaal begin ik altijd met de woorden: "Lieve kinderen". Hoewel ik dat niet meen. Kinderen zijn blijters, schijters en bijters. Maar de ouders, die even verderop aan het verdrinken zijn in de wijn, knikken na zulke ouverture goedlachs. Schoonouders, je moet ze weten te bespelen. Voor eigen ouders is een andere strategie nodig. Het verhaal vervolg ik dan vaak met "In mijn tijd, toen er nog dikke computerschermen waren." En dat is waar, dat is niet gelogen. Het kinderpubliek van tegenwoordig beseft maar al te weinig dat het kleine LCD-schermpje op hun GSM een uitvinding is door het noeste werken van hun 'generatie ouders'. Ik zou zelfs kunnen zeggen: "In mijn tijd, toen er nog dikke computerschermen waren die slechts twee kleuren konden weergeven". Ook dat is, andermaal, niet gelogen. Ik herinner mij nog dat ik Prince of Persia speelde op een oranje-zwart scherm. Ofwel deden mijn ouders toen serieuze pillen in mijn eten - iets wat ik eigenlijk niet volledig onwaarschijnlijk acht.
Maar laat ik het houden op "In mijn tijd, toen er nog dikke computerschermen waren."
We leven nu eenmaal in een tijd waar er steeds minder mensen zijn die dit kunnen zeggen. Helaas, de generatie ouderlingen die nog naar hun TV moest stappen (ook ik behoor er toe) om van zender te veranderen, is aan langzaamaan aan het uitsterven. Gebeure dat niet vanzelve, dan komt een al te enthousiaste verpleger hen wel ter hulp met een gratis insulinespuit. Insuline die ik, beste kinderen, af en toe al eens zélf transporteer naar ziekenhuizen. Naar ze zelf zeggen, om te experimenteren. Ook dat is niet gelogen, lieve kinderen. "Deze lieve man kan wel eens rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de dood van Omie of Opie."
Vaak begint er dan één kind te blijten. Omdat ik ooit een watervallend kind heb meegemaakt (in de speeltuin, op zijn bakkes na mijn al te enthousiaste swung aan zo'n draaimolen), weet ik hoe ik hier gepast op moet reageren. Ik geef het kind dan ook een harde slag in het gezicht. Dit om te verhinderen dat de rest van de luistergroep ook begint te wenen - en dan heb je voor de rest van de familie natuurlijk afgedaan.
Het toedienen van slagen verandert in de loop van het leven danig. Een kleine begrijpt 'het waarom' van het slaag krijgen: niet wenen als een volwassene een kerstverhaal vertelt. Op mijn leeftijd is die betekenis helemaal anders; een klets op de poep ontaardt dan, mits de juiste geslachtskeuze, in een wilde sekspartij. De leeftijdsgrens waarop dit 'verschil in ervaring' gebeurt, is moeilijk te bepalen. Sommige pedofielen hebben die grens nog steeds niet gevonden.
De enige keer dat ik een minderjarig meisje binnendraaide, is alweer lang geleden. Ik was toen zelf nog minderjarig. Het jonge hertje van een aantal jaar geleden, tel ik niet mee. Ik was toen toen wat dronken, en zij beslist ook.
Maar dat verhaal, beste kinderen, is voor een andere keer. Als ik volgende kerstmis nog haal. Want kerstmissen, lieve kinderen, daar ga je er maar maximaal vijftig actief van beleven.
Slaapwel!









