Tresor
Om het leven boeiend te houden, moet een mens al eens afwisselen. Vraag maar aan Tiger Woods.
Dit jaar vieren we nieuwjaar in Berlijn. We, dat zijn Paco (de expat), Alex (de partyman) en ikzelf (de gelukkige). Berlijn ken ik ondertussen al wat, herinnert u zich mijn avontuur in 2007. Twee weken geleden was ik hier zelfs nog voor zakelijke doeleinden.
De eerste dagen plezierde ik mezelf met grootse wandelingen doorheen het grootse Berlijn. Met de camera in de zak - vasthouden zou geleid hebben tot aangroeiverschijnselen ten gevolge van extreme koude - stapte ik gezwind door de tweede grootste stad van Europa.
De eerste avond raakten we verzeild in de Magnet-club, een plaats waar het Berlijns rockend volk komt... rocken. Op zich niet onze smaak, maar de duisterheid en wat Duits bier deed alles vervagen naarmate de avond vorderde. De volgende avond verzeilden we in de Tresor, een oude elektriciteitscentrale die nu dienst doet als technotempel. We moesten er een uur voor in de dwarrelende sneeuw staan schuiven, maar het loonde de moeite. Aftellen deden we uiteindelijk zoals gehoopt aan de Brandenburger Torr, maar in de uren ervoor schoten we onze kleine vuurwerkstokken nog her en der door de lucht. Het terras, de bushalte, het kruispunt; overal lieten we ze knallen. Voor de Reichstag genoten we van een veel te goedkope televisieshow, maar des te meer van de Duitsers, het bier en de meezingmuziek: alles was aanwezig. Mijn longen bliezen mijn stembanden schor, we lieten ons leiden door een springende massa mensen die 2010 al kussend ingingen. Het was heerlijk, het was waarvoor ik gekomen was.
En zo amuseerden we ons. Het waren lange nachten, korte dagen. Overdag wat gaan rondtoeristen, 's avonds goed gaan eten en 's nachts heerlijke muziek gaan bedansen. Toen ik terugkwam, stelde Brussel even niets meer voor. En toen kwam ik jou tegen, en was Berlijn bijna vergeten.
Dit jaar vieren we nieuwjaar in Berlijn. We, dat zijn Paco (de expat), Alex (de partyman) en ikzelf (de gelukkige). Berlijn ken ik ondertussen al wat, herinnert u zich mijn avontuur in 2007. Twee weken geleden was ik hier zelfs nog voor zakelijke doeleinden.
De eerste dagen plezierde ik mezelf met grootse wandelingen doorheen het grootse Berlijn. Met de camera in de zak - vasthouden zou geleid hebben tot aangroeiverschijnselen ten gevolge van extreme koude - stapte ik gezwind door de tweede grootste stad van Europa.
De eerste avond raakten we verzeild in de Magnet-club, een plaats waar het Berlijns rockend volk komt... rocken. Op zich niet onze smaak, maar de duisterheid en wat Duits bier deed alles vervagen naarmate de avond vorderde. De volgende avond verzeilden we in de Tresor, een oude elektriciteitscentrale die nu dienst doet als technotempel. We moesten er een uur voor in de dwarrelende sneeuw staan schuiven, maar het loonde de moeite. Aftellen deden we uiteindelijk zoals gehoopt aan de Brandenburger Torr, maar in de uren ervoor schoten we onze kleine vuurwerkstokken nog her en der door de lucht. Het terras, de bushalte, het kruispunt; overal lieten we ze knallen. Voor de Reichstag genoten we van een veel te goedkope televisieshow, maar des te meer van de Duitsers, het bier en de meezingmuziek: alles was aanwezig. Mijn longen bliezen mijn stembanden schor, we lieten ons leiden door een springende massa mensen die 2010 al kussend ingingen. Het was heerlijk, het was waarvoor ik gekomen was.
En zo amuseerden we ons. Het waren lange nachten, korte dagen. Overdag wat gaan rondtoeristen, 's avonds goed gaan eten en 's nachts heerlijke muziek gaan bedansen. Toen ik terugkwam, stelde Brussel even niets meer voor. En toen kwam ik jou tegen, en was Berlijn bijna vergeten.