Boomspraak
'En als ik nu zou wenen, zou je me dan troosten?', vroeg ik me af. Maar er was niemand om te antwoorden, niemand om te ruiken, niemand om te zijn wat ik verlangde.
Terwijl de dans voortkalfde, sloot ik m'n doos en begroef het gevraagde. De avond was heerlijk, maar ik keek verder en droefde diep verder toen niemand over zijn schouder keek. 'Als je wou afspreken?', ja, natuurlijk, daar ging je morgen staan. Maar mijn ongeloof in zulks volksgeschreeuw talmde door mijn ik; daar ging toch geen boom van groeien. Bomen groeien naar licht, ze hebben een hoogte daar vanboven, een zekerheid, de zon. Terwijl deze tak nog naar water zocht, danste de nacht verder.
Terwijl de dans voortkalfde, sloot ik m'n doos en begroef het gevraagde. De avond was heerlijk, maar ik keek verder en droefde diep verder toen niemand over zijn schouder keek. 'Als je wou afspreken?', ja, natuurlijk, daar ging je morgen staan. Maar mijn ongeloof in zulks volksgeschreeuw talmde door mijn ik; daar ging toch geen boom van groeien. Bomen groeien naar licht, ze hebben een hoogte daar vanboven, een zekerheid, de zon. Terwijl deze tak nog naar water zocht, danste de nacht verder.