Krantjes 'à la Metro'

Londen is één groot mierennest van zoogdieren, besefte ik in metrostation Victoria. Toen die mensenstroom op me af kwam, nota bene allemaal aan de verkeerde kant van de trap, besefte ik dat er op de wereld veel geslachtsgemeenschap moest hebben plaatsgevonden om tot deze drukte te komen. En al die mensen wriemelden zich op één of andere manier tot hun eindbestemming, zonder enige vorm van sensatie, emotie of liefde. Het maakte mij noch gelukkig, nog ongelukkig. Die apathische houding en gelaatsuitdrukking leerde ik mezelf immers bij door situaties als: check-ins bij vliegtuigen, business meetings, aanschuiven bij toiletten, leven in een stad, vliegtuigcrashes op televisie, gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes, groepen voor ‘de oude facebook’ en heb-je-mij-gezien-feestjes. Ik vroeg mij af waar al die mensen ooit andere mensen zouden ontmoeten, en hoe ze zich zouden gaan voortplanten. En waar. En of er van deze gladgestreken gezichten ooit orgasmes zouden kunnen af te lezen zijn. Ik stelde het mij echter niet voor, om een grijns op mijn gezicht te onderdrukken. Op elke hoek van de straat stonden soms tot tien krantenverdelers die alle moeite van de wereld deden om gratis krantjes à la ‘Metro’ over het volk te verdelen. Het deed me denken aan filmfragmenten over het oude Rome, waar zo’n potige kerel het nieuws voor de bevolking als ware hij een radiozender rondschreeuwde. Eenmaal op de metro, sloegen al die mensen, die ooit gekweekt werden, hun krant, geschreven door andere gekweekten, open. En het volk absorbeerde wat de krant hen voorschreef. Ik zag gefronste wenkbrauwen en handen die vuil werden van al dat grijs geschrijf. En daar hielden mijn gedachten dan ook op. Ze werden verhinderd door dat prangende gevoel dat soms mijn hersenen de energie ontneemt; dat dringende gevoel om zo snel mogelijk te gaan urineren.