Gewoon

Nu weet ik het echt niet meer; waar ik aan wil werken, waarom ik je zo graag wil blijven hebben. Enerzijds weet ik dat ik beter afstand neem, anderzijds zie ik u zoveel. En elke keer voel ik mij anders; ofwel superblij als we eens gewoon kunnen babbelen, ofwel droevig en stil omdat niets is wat het is. Op mijn eigen, zoals ik er nu al weer heel de week loop bij te sloffen. Daarnet zat je geesten op te roepen; da's zó totaal niet mij. Ik geloof(de) er totaal niet in en ging even buiten wandelen, ik kwam terug en nog steeds zat iedereen daar met een voze vinger op dat glas. Misschien ben ik te rationeel. Altijd. En zo met anderen rond ons heen, da's nu nog niet goed. Denk ik. Ik moet meer babbelen, meer babbelen, gewoon knuffelen, gewoon.