De pater
Behulpzaam zijn. Daar leven we toch voor, niet?
In die context was er deze week een vreemde gebeurtenis. Op 'n onbewaakt moment kwam Dorien, een meisje van op kot, mijn kamer binnengestormd. Er was een vreemde bejaarde man aan het ronddolen op de gangen, een beetje verdwaasd, en ze wist niet echt wat te doen. (Ge moet weten dat er een soort rusthuis aan ons kot ligt) Hij was niet helemaal rustig, want hij opende willekeurige deuren en schoffelde zonder doel doorheen het grote doolhof dat ons kot wel is. Het eerste wat ik deed was het noodnummer van de verpleging opbellen en daarna de brave man gaan vergezellen, een beetje letten dat hij geen zotte dingen deed en 'n babbeltje slaan, weet je wel. Arm in arm cruiseden we door de gangen, dat was 'n mooi zicht :) Ik heb 'm ook een koekje gegeven, dat hij zonder aarzeling direct in zijn broekzak bewaarde. Hij broebelde wel wat, ja. En zijn woordjes waren random. Hij was pater, dat kon hij me wel vertellen, ja. De man was tof en op één of andere manier vond ik hem wel hip.
Achteraf moest ik horen dat er wel meer mensen hem gezien hadden, maar dat ze 'er niet hadden bij stilgestaan dat de man daar niet hoorde' of 'dat ze hem maar lieten doen'. Ik vind dat jammer. Een maatschappelijke plicht, daar heeft niet iedereen tijd voor.
Het doet me denken aan wat een arbeider me ooit op vakantiewerk vertelde:
"Werk, daar moet niet achter gevraagd worden. Dat moet ge zelf zien. Pas als ge uit eigen beweging ziet dat iemand hulp nodig heeft, zonder dat hij daarom moet vragen, dan zijde ne goeie. Maar niet iedereen ziet dat, of wil dat zien"
In die context was er deze week een vreemde gebeurtenis. Op 'n onbewaakt moment kwam Dorien, een meisje van op kot, mijn kamer binnengestormd. Er was een vreemde bejaarde man aan het ronddolen op de gangen, een beetje verdwaasd, en ze wist niet echt wat te doen. (Ge moet weten dat er een soort rusthuis aan ons kot ligt) Hij was niet helemaal rustig, want hij opende willekeurige deuren en schoffelde zonder doel doorheen het grote doolhof dat ons kot wel is. Het eerste wat ik deed was het noodnummer van de verpleging opbellen en daarna de brave man gaan vergezellen, een beetje letten dat hij geen zotte dingen deed en 'n babbeltje slaan, weet je wel. Arm in arm cruiseden we door de gangen, dat was 'n mooi zicht :) Ik heb 'm ook een koekje gegeven, dat hij zonder aarzeling direct in zijn broekzak bewaarde. Hij broebelde wel wat, ja. En zijn woordjes waren random. Hij was pater, dat kon hij me wel vertellen, ja. De man was tof en op één of andere manier vond ik hem wel hip.
Achteraf moest ik horen dat er wel meer mensen hem gezien hadden, maar dat ze 'er niet hadden bij stilgestaan dat de man daar niet hoorde' of 'dat ze hem maar lieten doen'. Ik vind dat jammer. Een maatschappelijke plicht, daar heeft niet iedereen tijd voor.
Het doet me denken aan wat een arbeider me ooit op vakantiewerk vertelde:
"Werk, daar moet niet achter gevraagd worden. Dat moet ge zelf zien. Pas als ge uit eigen beweging ziet dat iemand hulp nodig heeft, zonder dat hij daarom moet vragen, dan zijde ne goeie. Maar niet iedereen ziet dat, of wil dat zien"