Trippin' high
En daar zat ik weer, opeens alleen. De stilte van mijn boeken fluisterde om aandacht en een eenzaam radioliedje schalde zielig door de veel te kale kamer. Ik in een kamer, een enorme kamer. Haar dimensies overstegen elke normale vorm en de kamer werd bij elke rauwe klank ruimer en killer. En er was niets, en niemand, in de allerweidste omtrek sinds Adam geschapen werd. Ik voelde mij zoals Adam; een hele wereld zonder iets om te leven, grenzeloos groot en toch te klein.
Ik opende een deur die vroeg geopend te worden en kwam in een omgekeerde kamer terecht. Het plafond was de muur van de vorige kamer en ik voelde mij duizelig en gek. Uit de vorige kamer kromden de tonen van de doffe radio tot zeepbellen, en ze ploften uiteen in duffig bruine stofwolkjes. Een luik onder mij opende zich en ik viel, ik viel minutenlang verticaal omhoog, terwijl ik om mij as bleef tollen, grip zoekend, onder en boven vergetend. En naast mij vielen al mijn bezittingen omlaag, en ik verder omhoog. Het vreemde was dat ik niets kon beseffen, omdat de dingen die ik zag, uit een object kwamen dat steeds lager viel, en opnieuw hoger was, en dan terug lager, en zo zag ik mij steeds opnieuw en opnieuw omhoog vallen. Tot ik opeens door een spiegel viel, in een glazen kooi vol spiegelscherven kwakte, en mijn lichaam één grote plas rood werd.
Ik opende een deur die vroeg geopend te worden en kwam in een omgekeerde kamer terecht. Het plafond was de muur van de vorige kamer en ik voelde mij duizelig en gek. Uit de vorige kamer kromden de tonen van de doffe radio tot zeepbellen, en ze ploften uiteen in duffig bruine stofwolkjes. Een luik onder mij opende zich en ik viel, ik viel minutenlang verticaal omhoog, terwijl ik om mij as bleef tollen, grip zoekend, onder en boven vergetend. En naast mij vielen al mijn bezittingen omlaag, en ik verder omhoog. Het vreemde was dat ik niets kon beseffen, omdat de dingen die ik zag, uit een object kwamen dat steeds lager viel, en opnieuw hoger was, en dan terug lager, en zo zag ik mij steeds opnieuw en opnieuw omhoog vallen. Tot ik opeens door een spiegel viel, in een glazen kooi vol spiegelscherven kwakte, en mijn lichaam één grote plas rood werd.